Stichting Orgelconcerten Noorbeek Online

Naast het monumentale Wilhelm Koulen-orgel uit 1851/1852 staat er sinds 2001 een koororgel van Verschueren Orgelbouw in de St.Brigidakerk. Hier vindt U alle informatie over de beide orgels.


Historie van het Wilhelm Koulen-orgel

samengesteld door Bert Melchiors en Sjef Streukens 

 

Eerste bronnen

In de archieven over "la Fabrique de Noorbeek", de parochie Noorbeek dus, wordt in 1832 voor het eerst een vermelding over een orgel aangetroffen. Op 19 januari 1833 wordt de secretaris van het kerkbestuur, een zekere Johannes Huynen uit Noorbeek, benoemd "voor het speelen van den orgel staande in de kerk alhier" voor een termijn van drie jaar "te rekenen van den 18 November 1832". Enkele jaren later, in 1836, wordt door het kerkbestuur een contract gesloten met de gebroeders Schauten om "alle Jahre in die Woche vor oder nach Ostern die Orgel zu stimmen, zu reinigen und alle vorkommenden Fehler zu verbesseren" en tevens "wenn im Laufe des Jahres etwas ausserordentliches an den Orgel fehlen würde". Er stond in die tijd dus al een orgel in de St.Brigidakerk, waarvan echter het bouwjaar en de maker onbekend zijn. In 1839 wordt er echter een ander orgel geplaatst.

Binvignat-orgel?

Op 8 oktober 1828 werd D.L.Clerckx tot pastoor van Noorbeek benoemd. Deze pastoor, geboren op 17 maart 1800 in Tessenderloo en gestorven in Noorbeek op 25 maart 1860, is voor het ontstaan van het Wilhelm Koulen-orgel van eminent belang geweest. In een notitie van 27 januari 1839 schrijft hij: "Het oxzaal heb ik gemaakt (vervaardigd of gerepareerd?) met het hout wat ons niet had gedient aan de kirk." De plaatsen op dit oxaal verhuurde hij, zodat hij in drie jaar tijd zijn geld terug had. Verder staat in deze notitie: "Eenen orgel zig bevindende bij Byvignat facteers te Maastricht voor duysent luyksche gds. Heb ik een collect gedaan. De parochie die had opgebragt 600 frs. Het overige tot de som van duysent heb ik erbij gedaan. Deze orgel gekogt en betaalt en uit den opbrengst van de plaatsen der oxzaal werd den organist betaalt." Dit orgel, waarschijnlijk dus gebouwd door Binvignat, heeft echter slechts korte tijd in Noorbeek gestaan.

Het contract met Wilhelm Koulen

      handtekening Wilhelm Koulen onder contract 2 juli 1851

Op 2 juli 1851 tekenen pastoor Clerckx en de leden van het kerkfabriek te Noorbeek een contract met Wilhelm Koulen, orgelbouwer uit Heinsberg in (toen) Pruisen voor het vervaardigen van een groot nieuw orgel. Een der voorwaarden in het contract luidt dat Koulen het oude orgel voor "duizend franken" moet overnemen. Of dit bedrag in waarde overeenkomt met de "duysent luyksche gds." waarvoor dit orgel twaalf jaar eerder werd aangeschaft, is niet bekend. Evenmin weten wij of Koulen dit "Byvignat"-orgel in zijn geheel heeft doorverkocht, of dat hij het ontmantelde en delen ervan hergebruikte. De prijs van het nieuwe grote orgel zou inclusief de inruil van het oude instrument 3.200 franken bedragen. Het nieuwe orgel moest "Paaschen 1852" gereed zijn.

De orgelkas

Opmerkelijk is dat in het contract tussen het kerkbestuur en Wilhelm Koulen met geen woord gerept werd over de orgelkas, de houten omkisting van het instrument. Daardoor is men er lang van uit gegaan dat de kas van een ouder orgel afkomstig was; het meubel heeft inderdaad 18e eeuwse trekken. Bij de jongste onderzoekingen is echter een ander contract met een meubelmaker ontdekt, waaruit eenduidig is af te leiden, dat de bestaande orgelkas ook uit 1851 is. Op dezelfde 2e juli 1851 werd namelijk door het kerkbestuur een contract getekend met de gebroeders Ramakers voor het vervaardigen van "eenen nieuwen eiken orgelkast." De specificatie bestaat uit twaalf punten. Kosten van de orgelkas: 600 franken.

Twee registers erbij!

Vlak voor de bouw van het orgel werd besloten tot een grotere opzet van het instrument. Op 6 september 1851 is er een aanvullend contract met Koulen, ondertekend door pastoor Clerckx en Wilhelm Koulen voor een bijkomende register in het positief (Euphone 8') plus een vrij pedaal met de Tuba 16'. De meerprijs voor deze twee extra registers is 300 franken. Tenslotte kennen we nog een handgeschreven kwitantie voor het Kerkfabriek Noorbeek, waaruit blijkt dat Wilhelm Koulen over de jaren 1852-1857 in totaal 3500 franken heeft ontvangen (waarin begrepen 1000 franken voor "den ouden orgel"). 

Euphone

De dispositie van het hoofdmanuaal is klassiek te noemen, met een uitgebreide opbouw vanaf 16'. Op de Gemshoorn 4' na is het volledig authentiek. Het tweede manuaal bevatte oorspronkelijk slechts zes registers, uitsluitend 8'- en 4'-registers. Opvallend register is de Euphone 8', een doorslaand tongwerk waarvan de klank te vergelijken is met die van een harmonium. Ook voor die tijd was het een opmerkelijke keuze, haast een modegril. 

Restauratie 1915

Op 12 juni 1914 schreef orgelbouwer Gebr.Franssen, Kerkorgelfabriek te Roermond, een rapport over het onderzoek ten behoeve van de restauratie van het instrument. Op 16 juni 1915 bevestigde een contract ondertekend door pastoor C.J.Eijgelshoven en C.Franssen de start van de restauratiewerkzaamheden (totaalsom 325 gulden). Twaalf jaar later werd de windvoorziening van het Koulen-orgel geëlectrificeerd met een windmachine geleverd door M.Pereboom en Zonen uit Maastricht.

 

Restauratie 1970

In het kader van de hernieuwde belangstelling voor oude mechanische orgels
vanaf de zestiger jaren heeft het orgel in 1970 een algehele restauratie ondergaan door orgelbouwer L.Verschueren uit Heythuysen. Bij deze restauratie, namens de Katholieke Orgelraad door Hans van der Harst begeleid, is het orgel uitgebreid met drie registers: de Gemshoorn 4' op het hoofdmanuaal en de Nasard 2 2/3' en de Waldflaut 2' op het tweede manuaal. De Maastrichtse organist Jean Wolfs speelde het gerestaureerde Wilhelm Koulen-orgel op 18 december 1970 in.

Onderhoudsbeurt 2000

In 1997 werd bij de jaarlijkse stembeurt van het orgel houtworm in de orgelkas ontdekt. Duidelijk was dat deze op niet al te lange termijn bestreden moest worden. Mede als gevolg van enkele andere kleinere gebreken aan het instrument ontstond de wens van een uitgebreide onderhoudsbeurt. In de loop van 1998 en 1999 zijn daartoe de eerste stappen gezet via archiefonderzoek en subsidie-aanvragen. In maart en april 2000 is het orgel flink onder handen genomen. Klik hier voor meer informatie over deze onderhoudsbeurt.

 

Koororgel Verschueren

Begin juli 2001 werd door het kerkbestuur een klein koororgel aangeschaft dat voor in de kerk is geplaatst. Aanleiding voor de aanschaf van een tweede orgel is het feit dat het zangkoor dat de diensten opluistert vaak beneden in de kerk staat opgesteld, vanwege plaatsgebrek op het oksaal bij het Koulen-orgel. Daarnaast gaf het Koulen-orgel gezien de hogere stemming problemen in het samenspel met andere muziekinstrumenten. Klik hier voor meer informatie omtrent dit instrument.

Back Home Next