Robustelly-orgel Eckelrade

Dispositie

Manuaal C, D-d3

Bourdon
Prestant
Flute
Nazar
Doublette
Tierce
Sesquialt
Fourniture
Cornet
Cromorne B/H
Voix Humaine B/H
Tremolant

Aangehangen kistpedaal C, D-d

Orgelbouwer Robustelly

Orgelbouwer Robustelly werd tussen 1718 en 1725 als Wilhelm Robustel geboren in Herzogenrath. Zijn vader, Johann Robustelli (ca 1676), trouwde in 1717 met Maria Günther (1695), afkomstig uit Wehr in het zuiden van de Eifel. Het echtpaar vestigden zich na hun huwelijk in Herzogenrath. Wilhelm woonde omstreeks 1760 in Luik, waar hij zich Guillaume Robustelly noemde en in 1765 trouwde met Marguerite Elias. Het huwelijk bleef kinderloos. Het echtpaar was tamelijk welgesteld.

In Luik woonde sinds 1701 Philip II Le Picard, een telg uit een orgelbouwersgeslacht uit Noord-Frankrijk, die onder meer in 1711 het orgel van Gronsveld heeft gebouwd. Zijn zoon, Jean-Baptiste Le Picard, was er ook orgelbouwer.

De vader van Wilhelm/Guillaume Robustelly was meester meubelmaker en Guillaume is waarschijnlijk al vroeg als leerling meubelmaker gaan werken. In een contract uit 1758 blijkt dat Guillaume voor de kerk van Wezemaal heeft samengewerkt met orgelbouwer Jean-Baptiste Le Picard. In correspondentie met de abdij van Averbode noemt Robustelly Le Picard “mon maitre”. We mogen er dus vanuit gaan dat Robustelly het orgelbouwen leerde van Jean-Baptiste Le Picard. Robustelly bouwde orgels in Weezemaal, Eupen, Bierbeek, Langdorp, Averbode, Wakkerzeel en Herent, alle in België. In de Lambertuskerk in Helmond bevindt zich het befaamde Robustelly-orgel uit de abdijkerk van Averbode. In Minnertsma in Friesland is een Robustelly-orgel (niet meer in oorspronkelijk toestand) uit de kerk te Vreren in België.

De reis van het Robustelly-orgel naar de kerk van Eckelrade

Het orgel in de Bartholomeuskerk van Eckelrade is omstreeks 1775/1785 door Guillaume Robustelly gebouwd voor de kerk van het klooster Hoog-Cruts, vlakbij Noorbeek. Nadat op last van de Franse machthebbers in 1796 alle kloosters moesten sluiten is het orgel in 1803 naar de dan nog jonge parochiekerk van ’s-Gravenvoeren gegaan, die op een steenworp afstand van Hoog-Cruts ligt. ((foto van handschrift op pg 3 van het orgelboekje opnemen)) In 1867 bestelt het kerkbestuur van ’s-Gravenvoeren bij de Maastrichtse firma Pereboom & Leijser een nieuw orgel. Het Robustelly-orgel verhuist vervolgens in 1868 voor twee jaar als hulporgel naar het nog jonge kerkgebouw van Limmel, waarvan het kerkbestuur ook bij Pereboom & Leijser een nieuwe orgel heeft besteld. In Eckelrade, dat tot die tijd nog geen orgel had, liet pastoor Demacker tijdens zijn ambtsperiode van 1862 tot 1870 het dak en het interieur van de kerk opknappen. Vervolgens werd in 1870 bij Pereboom & Leijser het zojuist vrijgekomen orgel uit Limmel gekocht voor een bedrag van 402 gulden 50. Een groot deel van dit bedrag is bij elkaar gecollecteerd.

Vanaf januari 1871 worden in de Bartholomeusparochie een (voorzanger/)organist en een balgtrapper betaald. In 1930 wordt een elektrisch aangedreven windmachine geplaatst. Tussen 1870 en 1959 is het Robustelly-orgel diverse malen gerestaureerd, waarna het orgel in de laatste drie decennia van de 20e eeuw vanwege zijn slechte staat buiten gebruik raakt.

De restauratie van het orgel in 2003-2004

De toestand van het Robustelly-orgel in Eckelrade was aan het eind van de 20e eeuw dramatisch slecht geworden. Het instrument was volstrekt onbespeelbaar en volkomen vervallen. Onderzoek toonde aan dat afgezien van de aangetroffen schade, deels veroorzaakt door latere ingrepen en deels door normale slijtage, alles uiterst zorgvuldig was afgewerkt, zowel op het gebied van hout- als metaalbewerking. De gebruikte materialen waren van de eerste keus. Van het oorspronkelijke orgel waren nog heel veel elementen aanwezig: kas, laden, het overgrote deel van het registermechaniek en een groot deel van het pijpwerk. Het orgel toonde dat Robustelly een zeer goed orgelmaker was die zijn vak uitstekend verstond.

In 2000 worden er voldoende financiële middelen gevonden voor een grondige restauratie van het orgel. De opdracht wordt verstrekt aan Verschueren Orgelbouw, die de restauratie in 2003 en 2004 uitvoert. Gekozen wordt om het orgel zoveel mogelijk terug te restaureren naar de oospronkelijke toestand, vanwege het historisch belang van de aanwezigheid van een Robustelly-orgel in deze streek. Van binnen en van buiten is het orgel in alle facetten uitmuntend gerestaureerd. (Een uitgebreide beschrijving daarvan is te lezen in het boekje Het Robustelly-orgel in de St. Bartholomeuskerk te Eckelrade, door Marcel Verheggen.) Het orgel kan zich weer ten volle ontplooien op de manier die past bij de bouwtijd van het instrument. De verschillende klankkleuren zorgen voor een uiterst boeiend klankspectrum met zeer veel verschillende klankmogeljkheden. Opvallend is ook de rust en de ontspanning in de klank. Het repertoire voor muziek in de liturgie en in concerten voor dit orgel met één klavier en oude stemming is onuitputtelijk groot. Muziek uit alle delen van Europa, met het accent op Vlaams/Waals/Franse/Iberische muziek uit de 18e eeuw liggen binnen de mogelijkheden van dit instrument. Het eindresultaat van de restauratie is daarmee zeer geslaagd.